BSM therapie

Bent u ongerust over uw kind?

  • Is er iets in zijn of haar ontwikkeling waarover u zich zorgen maakt, zoals laat lopen, veel vallen, niet spelen. Laat of niet gaan spreken, driftbuien? Is er sprake van hyperactiviteit of juist dromerigheid? Blijft het achter met lezen of rekenen? Is het te traag of heeft het problemen met de concentratie? Wordt het gepest op school? Deze en andere zaken kunnen het levensgeluk van uw kind bedreigen.

 

Het kind kan in een isolement raken. Het wil graag veranderen, maar weet niet “hoe”.

  • Ook op oudere leeftijd kunnen problemen ontstaan doordat belangrijke zintuiglijkeontwikkelingen in het groeiproces van kind-adolescent-volwassene niet goed zijn afgemaakt.Het lichaam blijkt uitstekend in staat om deze beperkingen te compenseren, maar het gevolg is wel dat er te veel van het lichaam wordt gevraagd. Dit kan zich uiten in allerlei vage en moeilijk te benoemen klachten.

Hoe werkt de therapie?
De BSM (Brain Stimulating Method) heeft een heel eigen manier om ontwikkelings-, leer- en/of gedragsproblemen te onderzoeken en aan te pakken. De methode is gebaseerd op het feit dat een lichamelijke beperking de oorzaak kan zijn van het probleem. De disfuncties kunnen een oorzaak hebben in:

  • invloeden op het kind tijdens de zwangerschap;
  • beperkingen van de zenuwgeleiding ontstaan bij geboorte of trauma;
  • hormonale zwaktes;
  • storend invloeden zoals: repeterende ziektes, narcose, erfelijke factoren.

Het leren lezen, schrijven, spellen en rekenen zijn processen waarbij informatie uit de buitenwereld zintuiglijk wordt waargenomen en verwerkt. Daarna kan de vaardigheid geautomatiseerd uitgevoerd worden. Waarnemen, verwerken en automatiseren vinden plaats in ons zenuwstelsel dat beschouwd kan worden als ons orgaan om te leren. De leermogelijkheden en ook het gedrag van het kind zijn afhankelijk van de kwaliteit van dit leerorgaan. Zintuigontwikkeling, motorische ontwikkeling en het onwillekeurige zenuwstelsel zijn zéér nauw met elkaar verbonden. Een onvoldoende functioneren van bepaalde gedeelten ervan leidt tot leer- en/of gedragsproblemen van een disfunctie. Uitgangspunt vanuit de BSM is,dat het bewegingsapparaat ingezet kan worden om het leerorgaan te stimuleren.

Wat doet de therapeute?

  • Het eerste onderzoek is erop gericht om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de cliënt. Dit gebeurt aan de hand van een uitvoerig interview met ouders en kind. Er wordt onderzocht hoe bij het horen en zien prikkels worden verwerkt die nodig zijn voor het lezen, schrijven en rekenen. Ook wordt onderzocht hoe emotioneel geladen prikkels van invloed zijn op het gedrag. Dit onderzoek duurt twee tot drie uur.
  • Op basis van dit onderzoek wordt een diagnose gemaakt en een oefenprogramma opgesteld. Het therapeutisch samengestelde programma wordt tijdens het tweede bezoek besproken en met het kind en de ouders doorgenomen. Ook voedingsadviezen kunnen deel uitmaken van de therapie.
  • In overleg wordt telefonisch contact gelegd door de cliënt. In dit telefonisch gesprek worden de vorderingen besproken en de oefeningen bijgesteld. Zo worden het kind nauwgezet gevolgdin het oefenproces.
  • De bewegingsoefeningen die voor geschreven zijn moeten over het algemeen zes dagen per week worden uitgevoerd en kosten maximaal twintig minuten per dag. De oefeningen moeten onder begeleiding uitgevoerd worden, achter elkaar of verspreid over de dag. Vaak zal, na relatief korte tijd, verbetering zichtbaar zijn. Toch is het nodig om het kind lange tijd met goede regelmaat te laten oefenen zodat er als het ware “een nieuw pad in de hersenen wordt gesleten”.

 

BSM heeft een duidelijk positief effect.